nummer 16 - December 2015
LHB-ouderen hebben goed contact met hun buren

Onderzoek SCP naar LHB-55-plussers

Meeste lesbische, en homoseksuele ouderen ervaren van hun buren en buurtgenoten een positieve houding. Dat blijkt uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau naar lesbische, homoseksuele en biseksuele (LHB) 55-plussers in Nederland dat op 10 december jl verscheen. Aan het onderzoek getiteld "55-plussers en seksuele oriëntatie Ervaringen van lesbische, homoseksuele, biseksuele en heteroseksuele 55-plussers" werkten 375 LHB 55-plussers mee en 361  heteroseksuele 55-plussers. Het ging om vitale, zelfstandig wonende ouderen.

Het onderzoek ging met name in op de sociale participatie, welzijn en verwachtingen omtrent toekomstige (mantel)zorg. Ook gaat het in op een aantal zaken die alleen bij LHB 55-plussers een rol spelen, zoals het meemaken van negatieve reacties, het wel of niet open zijn over je oriëntatie en verwachtingen die LHB’s hebben over de LHB-vriendelijkheid van de zorg.

Naar voren komt dat LHB-55-plussers op een positieve houding van hun kinderen, vriend(inn)en en buren rekenen. Maar 1 procent van de LHB's geeft aan van buurtgenoten, buren en/of medebewoners in het wooncomplex een negatieve houding te ervaren.  Daarbij moet wel rekening worden gehouden dat een deel van LHB 55-plussers in de kast blijven. Ongeveer een derde (31%) van de LHB 55-plussers heeft niemand in de omgeving die weet dat zij zich (ook) aangetrokken voelen tot seksegenoten.

wat betreft de kwaliteit van de relatie met buurtgenoten blijkt er geen groot verschil te bestaan tussen lhb-55-plussers en heteroseksuele 55-plussers. 68 procent van de LHB's en 72 procent van de heteroseksuelen beoordeelden de kwaliteit van de relatie met de buurtgenoten als goed.

Onderzoek maakt wel duidelijk dat er verschillen in de samenstelling van de sociale netwerken zijn tussen heteroseksuele ouderen en homoseksuele ouderen. Heteroseksuele 55-plussers hebben vaker kinderen en een partner. Als LHB 55- plussers kinderen hebben, dan hebben zij daar een minder goede band mee. Daar staat tegenover dat LHB 55-plussers meer vrienden hebben die zij ook regelmatiger zien en waarmee zij een betere band hebben Er zijn geen verschillen in het contact dat LHB-55-plussers hebben met ouders, familie, buurtgenoten of vrienden, de frequentie van de contacten en de kwaliteit van die relaties. Ook zijn er geen verschillen in de maatschappelijk participatie naar seksuele oriëntatie: beide groepen verrichten even vaak betaald of onbetaald werk en zijn evenveel lid van dezelfde typen verenigingen.

Twaalf procent van LHB 55-plussers kreeg in het afgelopen jaar te maken met een negatieve reactie op hun seksuele oriëntatie. Onderzoek maakt onderscheid tussen diverse vormen van negatieve reacties. Geen enkele vorm van negatieve reactie springt eruit. Het meest genoemd zijn het krijgen van vervelende of nieuwsgierige vragen (5%), belachelijk gemaakt worden of flauwe grappen te horen krijgen (5%), en roddelen (5%). Degenen die een negatieve reactie kregen, zijn eenzamer, hebben meer psychische problemen en hebben minder positieve verwachtingen omtrent toekomstige zorg.

U kunt het onderzoek op de website van het SCP downloaden.

Minister brengt veiliheidssituatie LHBT-asielzoekers onder de aandacht

Brief Minister van OCW aan de regenbooggemeenten

In een brief naar de 42 regenbooggemeentes brengt de Minster van OCW de veiligheidssituatie van Lesbische, Biseksuele en Transgender-asielzoekers onder de aandacht. Deze brief is op 3 december 2015 verstuurd naar aanleiding  van de signalen over pesterijen , discriminatie en bedreigingen waarmee LHBT-asielzoekers te kampen hebben in Nederland. Tegelijkertijd meldt de minister dat diverse gemeenten gerichte acties ondernemen om de veiligheidssituatie van LHBT-asielzoekers en statushouders te verbeteren.

In deze brief brengt de minister twee gemeenten onder de aandacht waarin er gewerkt wordt aan de veiligheidssituatie van LHBT-asielzoekers. Het gaat om Amsterdam en Zaanstad. 

In Amsterdam is op initiatief van de twee maatschappelijke partners die de noodopvang beheren, in overleg met een woningcorporatie, voor een kleine groep LHBT-asielzekers een 'safe house' ingericht.

In Zaanstad worden statushouders met een LHBT-achtergrond opgevangen. Nog dit jaar zullen vijf LHBT’s worden opgevangen in Zaanstad. Het gaat dus om statushouders: mensen met  een verblijfsvergunning die recht hebben op reguliere huisvesting en een verblijfsvergunning. In de komende drie jaar is de gemeente Zaanstad voornemens om nog eens 18 statushouders met een LHBT-achtergrond op te vangen. In Zaanstad hebben het lokale antidiscriminatiebureau en vluchtelingenwerk een plan opgesteld om LHBT-vluchtelingen op te vangen die kampen met integratieproblemen en/of psychische problemen.

De brief van de minister kunt u hier lezen.

Homo’s en lesbiënnes vaker geconfronteerd met respectloos gedrag dan hetero's

Blijkt uit onderzoek Centraal Bureau voor de Statistiek

Homo’s en lesbiennes ervaren in de openbare ruimte duidelijk meer respectloze bejegening dan heteromannen en vrouwen. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 27 procent van de homoseksuele mannen is in 2014 vaak respectloos behandeld door onbekenden op straat. Dat is hoger dan het gemiddelde. In 2014 gaf namelijk 21 procent van de Nederlanders van 15 jaar of ouder aan wel eens respectloos behandeld te worden door onbekenden op straat. Van de lesbische vrouwen gaf 26,5 aan in 2014 respectloos te zijn behandeld, tegenover ruim 22 procent van de heteroseksuele vrouwen. De cijfers zijn afkomstig zevende editie van de Veiligheidsmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek die maart 2015 uitkwam. In het kader van de Week van Respect kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek op 12 november 2015 met een speciaal persbericht over de ontwikkeling van respectloos gedrag. De algehele trend is dat er minder respectloos gedrag is. In 2014 gaf ruim een op de vijf Nederlanders van 15 jaar of ouder aan wel eens respectloos behandeld te worden door onbekenden op straat. In 2008 waren dat er nog een op de vier.

Het persbericht van het CBS kunt u  hier lezen.

Veel transgenders voelen zich onveilig in de openbare ruimte

Een onderzoek naar de veiligheid van transgenders

Een derde van alle transgenderpersonen in Nederland ondervindt op zijn minst maandelijks een belediging. En in de afgelopen 12 maanden heeft 43% ten minste één gewelddadig incident meegemaakt. Dat blijkt uit onderzoek van het Transgender Netwerk Nederland (TNN) naar de veiligheid van transgenderpersonen in de openbare ruimte in Nederland. Gegevens zijn verzameld door middel van een vragenlijst op de website van TNN die in augustus en september 2015 transgenderpersonen konden invullen. De vragenlijst is ingevuld door 351 respondenten.

Het blijkt dat mensen die altijd herkenbaar zijn iets minder geweld ondervinden dan de groep die aangeeft meestal herkenbaar als transgenderpersoon te zijn. Er zijn verschillen tussen hoe veilig de verschillende openbare ruimtes zijn. Uitgaansgelegenheden worden in het algemeen bestempeld als onveilig, terwijl openbare gebouwen meestal als veilig worden ervaren. Hier valt het op dat geweld in alle openbare ruimtes voorkomt. Zo geeft bijvoorbeeld 5 procent van de respondenten aan een gewelddadig incident meegemaakt te hebben in een supermarkt in de afgelopen 12 maanden. De gevolgen van dit geweld zijn groot. 4 van de 5 respondenten die aangeven maandelijks beledigd te worden of ten minste één evident gewelddadig incident te hebben meegemaakt, passen hun gedrag aan vanwege (gevoelens van) onveiligheid. Mensen stoppen met sporten, vermijden winkels of andere mensen als gevolg van een geweldsincident. Ook geeft een kwart van de respondenten aan professionele hulpverlening te krijgen vanwege geweld en belediging. Maar weinig mensen melden geweld. Hierdoor blijft veel onzichtbaar voor officiële instanties.

Het onderzoek kunt u hier lezen.

 

LHBT's zijn vaker eenzaam

Factsheet over eenzaamheid onder LHBT's

Movisie heeft een factsheet gepubliceerd over eenzaamheid onder LHBT's.  Cijfers laten zien dat lesbische vrouwen, homo’s, biseksuelen en transgenders (LHBT's) gemiddeld een groter risico lopen om zich eenzaam te voelen dan hetero’s. Er zijn tegelijkertijd grote verschillen binnen de LHBT-groep: onder meer jongeren, ouderen en vluchtelingen lopen meer risico op eenzaamheid. In deze factsheet zet Movisie de feiten op een rij en geeft aan hoe gemeentes of LHBT-organisaties eenzaamheid onder LHBT’s kunnen voorkomen of aanpakken.

Deze factsheet gaat met name in op wat eenzaamheid is, hoe vaak eenzaamheid voorkomt onder LHBT's en de gevolgen van eenzaamheid. Bevat voorts een beschrijving de vijf werkzame elementen van aanpak van eenzaamheid onder LHBT's. Bevat voorts tips om eenzaamheid aan te pakken. Het gaat om tips voor LHBT-belangenorganisaties en zelforganisaties, tips voor gemeente bij het verminderen van eenzaamheid onder LHBT's en tips voor de sociale professional of zorgverlener. Een van de tips voor gemeenten om eenzaamheid onder LHBT’s te verminderen is het ontplooien of ondersteunen van initiatieven te op het gebied van netwerkopbouw, regelmatige ontmoeting en stimuleren van maatschappelijke participatie.

 Deze factsheet van Movisie kunt u hier lezen.