Nummer 20, December 2016
Lage aangiftebereidheid LHBT-gerelateerde hate crime

Onderzoek Universiteit van Amsterdam

 

Een op de vijf LHBT's (lesbiennes, homo's, biseksuelen en transgenders) heeft wel eens LHBT-gerelateerd geweld meegemaakt, maar hooguit tien procent van deze groep is bereid daarvan aangifte te doen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam in samenwerking met het COC Amsterdam, Roze in Blauw en de Politieacademie. Redenen die genoemd worden om geen aangifte te doen: (1) Het incident wordt gezien als niet serieus genoeg om aangifte te doen; (2) De verwachting dat de politie het incident niet serieus neemt; (3) Gevoelens van schaamte; (4) Angst dat de daders uitvinden wie aangifte heeft gedaan.

Verder werd gevonden dat het vertrouwen in de politie onder de deelnemers van het onderzoek hoog is, en het vertrouwen in Roze in Blauw nog hoger. Wat betreft communicatie; hier valt volgens de deelnemers nog veel winst te behalen. Uit de resultaten blijkt dat een goede communicatie van de politie leidt tot meer aangiftebereidheid, maar alleen als een goede communicatie ook leidt tot meer vertrouwen in de politie.

De onderzoekers presenteerden de resultaten van hun onderzoek tijdens de conferentie 'Proud to be your friend' in augustus in Amsterdam, waar LHBT-politie-agenten uit 26 landen bij elkaar kwamen. Tijdens de conferentie spraken onder meer Randy W. Berry (Amerikaans consul-generaal in Nederland, als 'special gezant' belast met de verbetering van de positie van seksuele minderheden) en mensenrechtenactivist en oud-politicus Boris Dittrich.

De bevindingen zijn gebaseerd op de resultaten van vier studies die zich richtten op het thema LHBT hatecrime en aangiftebereidheid. In de studies is gebruik gemaakt van een combinatie van kwalitatieve methoden (interviews, focusgroep discussies) en kwantitatieve methoden (vragenlijsten). Het gaat om twee vragenlijststudies  : (1) een vragenlijst over ervaringen met LHBT hatecrime waaraan 391 leden van het AmsterdamPinkPanel deelnamen (voornamelijk uit de provincie Noord-Holland), en een vragenlijst over waargenomen veiligheid en ervaringen met LHBT hatecrime waaraan 433 LHBT's uit de provincies Groningen en Drenthe deelnamen. De derde studie betrof een focusgroepstudie over hatecrime verricht met 27 LHBT's. De vierde studie was een interviewstudie met 7 niet-LHBT-politieagenten en 8 LHBT-politieagenten

U kunt hier een samenvatting van het onderzoek downloaden. De publicatie van het volledige rapport volgt nog op de website van AmsterdamPinkPanel.

Natuurlijk Samen succesvol in agenderen van veiligheid in de woonomgeving voor LHBT's

Evaluatieonderzoek GSA Veilige Wijken

RadarAdvies heeft een evaluatieonderzoek naar de eerste fase van Natuurlijk Samen uitgevoerd.  Uit het onderzoek komt naar voren dat Natuurlijk Samen een positieve rol heeft gespeeld bij het agenderen van het thema veiligheid voor LHBT's in de woonomgeving, maar dat de 'ketenaanpak' in gemeenten - van preventie, signalering, melding en aangifte tot aanpak en nazorg- nog verbetering behoeft.

Centraal stonden drie vragen tijdens het onderzoek: Is er sprake van een effect van de GSA Natuurlijk Samen op de (keten)aanpak van de gemeentelijke stakeholders? Wat werkt er in welke omstandigheden? Is de beleidstheorie - inclusief het vermeende effect op veiligheid - plausibel? Het evaluatieonderzoek heeft het proces en de inhoud van de advisering van de GSA Natuurlijk Samen gevolgd en onderzocht of, en zo ja in hoeverre, dit een positief effect heeft bewerkstelligd op de samenwerking tussen relevante lokale ketenpartners in gemeenten en wijken.

Het onderzoek is uitgevoerd in de periode 2013 t/m 2015. Het onderzoek betrof een nulmeting en een eindmeting. In de nulmeting is vooral gekeken naar de opzet en werking van de GSA Natuurlijk Samen (projectorganisatie en algemene activiteiten van de GSA). Tevens is onderzocht wat de stand van zaken was bij gemeenten ten aanzien van de uitvoering van het (sociale) veiligheidsbeleid en de LHBT-ketenaanpak. Voorts zijn er aanbevelingen gedaan voor de overige projectperiode. Tijdens en na de periode van de nulmeting zijn vanuit de GSA Natuurlijk Samen gesprekken gevoerd met gemeenten om te inventariseren wat hun adviesbehoefte was; hiertoe is in het onderzoek een onderscheid gemaakt tussen advies- en controlegemeenten. In dit onderzoek zijn zes advies- en zeven controlegemeenten betrokken. In de eindmeting is onderzocht welke interventies er uitgevoerd zijn in de adviesgemeenten, en wat de uitwerking hiervan is geweest op het LHBT-veligheidsbeleid en de ketenaanpak. Ter vergelijking zijn ook de controlegemeenten bevraagd.

Uit het onderzoek komt naar voren dat Natuurlijk Samen een positieve rol heeft gespeeld bij het agenderen van het thema, maar dat de 'ketenaanpak' in gemeenten - van preventie, signalering, melding en aangifte tot aanpak en nazorg- nog verbetering behoeft. Er wordt geconstateerd dat de verschillende partners elkaar op landelijk niveau weten te vinden. Hier tekent zich wel een onderscheid af tussen partners die vooral vanuit de systeemwereld werken (beleid, visie, politiek) en partners die meer vanuit de leefwereld en de wijkaanpak werken. Tevens zien we dat in gemeenten er een beginnende toenadering is tussen afdelingen op het gebied van openbare orde en die op het gebied van emancipatie. Deze toenadering is echter nog te vaak incident-gedreven. De samenwerking op lokaal of regionaal niveau is er wel maar nog te veel georganiseerd langs de lijn van óf veiligheid óf emancipatie. En echte ketensamenwerking, met alle relevante partijen samen, lijkt nog onvoldoende ontwikkeld. Op basis van dit onderzoek is nog geen uitspraak te doen over de houdbaarheid van de beleidstheorie (namelijk: of het effect heeft op de (on)veiligheid en het (on)veiligheidsgevoel van LHBT's). Hiervoor moet de samenwerking nog verder gestalte worden gegeven. De aanname op basis van dit onderzoek is dat wanneer de samenwerking tussen de ketenpartners op landelijk niveau geborgd wordt, en de samenwerking op regionaal en lokaal niveau wordt versterkt, dit positieve effecten kan hebben op het bespreekbaar maken en signaleren van onveilige situaties voor LHBT's.

Het onderzoek kunt u hier downloaden.

Advies over hoe discriminatieverbod van transgenders op te nenen in de wet

College voor de Rechten van de Mens brengt rapport uit

Het College voor de Rechten van de Mens heeft een rapport getiteld 'Wetswijziging Awgb : Achtergrondrapport' uitgebracht over hoe het verbod op discriminatie van transgenders  expliciet in de Nederlandse wetgeving op te nemen. Op 23 juni jl. heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Tweede Kamer laten weten dat het verbod op discriminatie van transgenders  expliciet in de wet wordt opgenomen.  Nu volgt het verbod van discriminatie van transgenders uit het verbod van onderscheid op grond van geslacht dat is neergelegd in artikel 1 van de Grondwet en in de Algemene wet gelijke behandeling.

In dit rapport doet het College voor de Rechten van de Mens  het advies om een nieuw lid 3 toe te voegen aan artikel 1 van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb). Daarmee kan worden geëxpliciteerd dat onder onderscheid op grond van geslacht mede onderscheid op grond van genderidentiteit en geslachtskenmerken wordt verstaan. De tekst van dit nie lid zou moeten luiden:  ‘Onder onderscheid op grond van geslacht wordt mede verstaan onderscheid op grond van genderidentiteit en geslachtskenmerken’. In de toelichting op de wet kan duidelijk worden gemaakt dat genderidentiteit mede de grond genderexpressie omvat.'

Dit rapport biedt voorts inzicht in de keus van het College voor het gebruik van de termen 'genderidentiteit' en 'geslachtskenmerken'. Het geeft daarnaast beknopt de regelgeving en/of het standpunt weer van internationale organisaties waarbij Nederland is aangesloten over het opnemen van deze nieuwe gronden in de gelijke behandelingswetgeving van nationale staten. Tenslotte biedt het een overzicht over hoe in andere landen een dergelijk verbod is vormgegeven. Op 20 september 2016 heeft het College zijn advies over hoe het verbod van discriminatie van transgenders te expliciteren in de Awgb aan de Tweede Kamer gestuurd.

U kunt hier het rapport 'Wetswijziging Awgb : Achtergrondrapport' lezen. De brief aan de Tweede Kamer is hier te lezen.

 

Nieuwe handreiking over ondersteuning LHBT-vluchtelingen

Feiten, verhalen en tips vrijwilligers, professionals en gemeenten

In de asielopvang lopen lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders (LHBT’s) een groter risico om uitgesloten, bedreigd of mishandeld te worden. Hoe kunnen zij in de opvang goede zorg en ondersteuning krijgen van professionals en vrijwilligers? En wat kan de gemeente voor hen betekenen? Movisie heeft een korte handreiking uitgegeven die professionals en vrijwilligers, belangenorganisaties en gemeentes ondersteunt bij de ondersteuning LHBT-vluchtelingen.

In veel landen is discriminatie en vervolging van LHBT’s aan de orde van de dag. In 77 landen is homoseksualiteit zelfs strafbaar. Om in veiligheid en vrijheid te kunnen leven, ontvluchten LHBT’s hun land. Maar veel asielzoekers en vluchtelingen houden hun seksuele identiteit voor zich uit angst dat ze gediscrimineerd worden. Ze leven met de vrees dat hun geheim ontdekt wordt en ervaren discriminatie in de opvang.

In de handreiking komen vragen aan bod als ‘Wat draagt bij aan veilige opvang van LHBT’s?’, ‘Welke problemen ervaren LHBT-vluchtelingen?’ en ‘Draagt voorlichting bij aan de acceptatie van LHBT-vluchtelingen?’. Daarnaast worden tips op een rij gezet voor professionals en vrijwilligers, belangenorganisaties en gemeenten. Een tip voor gemeenten is bijvoorbeeld dat ze moeten zorgen voor onderling en ondersteunend contact. Elferink: ‘LHBT’s komen meestal alleen naar Nederland en leven vaak geïsoleerd. Voor integratie in de samenleving is contact met anderen essentieel. De gemeente kan hierin een spilfunctie vervullen, bijvoorbeeld door samen te werken met de lokale COC-afdeling of andere ondersteuningsgroepen om LHBT-vluchtelingen wegwijs te maken in Nederland.’

Hoeveel LHBT’s jaarlijks asiel aanvragen in Nederland is onbekend. Wel is deze groep meer in beeld gekomen toen er door de oorlog in Syrië meer vluchtelingen naar Nederland kwamen. In asielzoekerscentra wonen mensen van verschillende nationaliteiten en levensovertuigingen dicht bij elkaar. Door de onveilige situatie van LHBT’s in sommige locaties zijn er proeven gedaan met overplaatsing of aparte opvang. Ook is er discussie over het straffen van daders versus het beschermen van slachtoffers. Tegelijkertijd vinden beleidsmakers, het COA en LHBT-vluchtelingen het belangrijk om de acceptatie van LHBT’s onder asielzoekers en vluchtelingen te vergroten. Aparte opvang draagt daar niet aan bij. Daarom wordt er ook ingezet op voorlichting over LHBT’s in de centra, gericht op de acceptatie van LHBT’s en waarden en normen in de Nederlandse samenleving. Het COA zet bovendien sinds kort vertrouwenspersonen voor LHBT’s in de opvang in.

De handreiking kunt u hier downloaden.

Ruime meerderheid van Haarlemmers staat positief tegenover LHBT's

Resultaat enquĂȘte onder Digipanel Haarlem

Een ruime meerderheid Digipanel Haarlem positief tegenover homoseksuele, lesbische, biseksuele en transgender (LHBT) inwoners en bezoekers. In april 2016 voor de tweede keer onder het Digipanel Haarlem een enquête gehouden over de acceptatie van LHBT's. Uit het rapport over de attitude van Haarlemmers blijkt dat de deelnemers in algemene zin positief staan tegenover homoseksualiteit.

De gemeente heeft de vragenlijst opgesteld in samenwerking met Bureau Discriminatiezaken Kennemerland, COC Kennemerland en Gay-Haarlem.nl. De enquête vormt een herhaling van een eerdere enquête onder het Digipanel Haarlem, in 2014. Om de resultaten te kunnen vergelijken is de vragenlijst grotendeels hetzelfde gebleven.

Bijna alle leden vinden dat homoseksuele mannen en lesbische vrouwen hun leven moeten kunnen leiden zoals zij dat willen. Ook het homohuwelijk en de adoptie van kinderen door homoparen stuit bij duidelijk minder dan 10% op weerstand.

Zo’n driekwart heeft er geen begrip voor als mensen uit religieuze of culturele overwegingen homoseksualiteit en homoseksueel gedrag zouden afwijzen. Wel begrip hiervoor toont 11%. Het beeld is niet anders dan in 2014.

Een ruime meerderheid schetst op basis van vijf stellingen een gunstig beeld van de positie van homoseksuelen in hun eigen woonwijk. Zo denken bijna negen van de tien panelleden dat homoseksuelen er veilig kunnen wonen. Het aandeel negatieve reacties varieert van 2% tot 6%. Bij 1 stelling oogt het beeld minder rooskleurig: zes van de tien panelleden denken dat in hun buurt homoseksuelen veilig hand in hand kunnen lopen, iets wat volgens 12% niet kan

De meeste homoseksuele of biseksuele panelleden zeggen dat ze in hun straat (83%), woonwijk (89%) en elders in Haarlem (83%) niet ten prooi vallen aan vijandig gedrag. De meeste panelleden die daar wel mee te maken krijgen, overkomt het een enkele keer. Negen de tien panelleden zouden er geen moeite mee hebben als een van hun buren of iemand in hun familie of vriendenkring transgender zou zijn.Twee van de drie panelleden denken bovendien dat bewoners in hun buurt gewoon voor hun transgenderidentiteit kunnen uitkomen. Volgens 8% kan dat niet.

Het onderzoek kunt u hier lezen.