Nummer 21, Maart 2017
Natuurlijk Samen genoemd in jaarlijkse discriminatiebrief van het kabinet

Uitbreiding naar andere gronden discriminatiegronden wordt verkend

Natuurlijk Samen wordt genoemd in de jaarlijkse discriminatiebrief die op 23 maart 2017 door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Tweede Kamer werd gestuurd. In de brief en bijlagen wordt ingegaan op de tweede fase van Natuurlijk Samen, die loopt tot eind 2017. Voorts wordt aangegeven dat de mogelijkheden worden verkend voor het verduurzamen van de aandacht voor het thema veiligheid van LHBT’s in hun woonomgeving. Voorts wordt onderzocht of verbreding naar andere gronden van discriminatie zoals sekse en etniciteit de impact en effectiviteit van de aanpak kan vergroten.

De brief bericht over de voortgang van Nationaal Actieprogramma Discriminatie zoals dat van januari 2016 wordt uitgevoerd door de rijksoverheid. In de brief wordt aan de hand van de meldingscijfers over 2015 teruggeblikt op de belangrijkste trends in relatie tot het verschijnsel discriminatie. Ook worden aan de hand van de vier hoofdpijlers van het actieprogramma (preventie en bewustwording, samenwerking en infrastructuur, lokale aanpak, kennis en onderzoek) de voortgang en resultaten van belangrijke maatregelen binnen het actieprogramma toegelicht.  In deze brief is tevens een reactie opgenomen op verschillende moties over het discriminatiebeleid die in het kader van het actieprogramma zijn aangenomen.

Natuurlijk Samen is een van de onderdelen van het Nationaal Actieprogramma Discriminatie. In de bijlage bij de brief wordt over Natuurijk Samen gezegd: "Het ministerie van OCW ondersteunt sinds 2012 de gay-straight alliantie (GSA) Natuurlijk Samen van Radar/Art 1 (trekker), politie, Movisie, COC en LSA (Landelijk Samenwerkingsverband Actieve Bewoners). Deze alliantie richt zich op het verbeteren van de veiligheid van LHBT’s in hun woonomgeving. De alliantie streeft naar het verbeteren van de ‘ketenaanpak’ in gemeenten en regio’s: van preventie en signalering tot melding, aanpak en nazorg. De aanpak maakt onderdeel uit van de interdepartementale aanpak van discriminatie, waarbij het ministerie van OCW samenwerkt met onder andere het ministerie van VenJ. Onderzoeksbureau Radaradvies heeft in opdracht van het ministerie van OCW de eerste fase van het werk van de alliantie (2013-2015) geëvalueerd. Daaruit blijkt dat de alliantie een positieve rol heeft gespeeld bij het agenderen van discriminatie en onveiligheid van LHBT’s in hun woonomgeving, zowel landelijk als lokaal, maar dat de ketenaanpak van gemeenten nog verbetering behoeft. De tweede fase van Natuurlijk Samen, tot eind 2017, is daarop gericht. Op dit moment worden de mogelijkheden verkend voor het verduurzamen van de aandacht voor het thema (bijvoorbeeld via de VNG of het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid) en wordt onderzocht of verbreding naar andere gronden van discriminatie zoals sekse en etniciteit de impact en effectiviteit van de aanpak kan vergroten."

U kunt  hier de discriminatiebrief van het kabinet downloaden.

De eerste bijlage met overzicht over de voortgang van de maatregelen uit het Nationaal actieprogramma tegen discriminatie kunt u hier downloaden. De bijlage geeft eenoverzicht van de stand van zaken van alle maatregelen uit het actieprogramma..

Opbrengsten emanicipatiebeleid jegens LHBTI's

Brief minister van VWS aan Tweede Kamer

De sociale acceptatie van LHBTI’s neemt toe in Nederland. Dat concludeert de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in een brief die op 20 januari 2017 aan de Tweede Kamer is gestuurd.

De brief zet uiteen  wat de belangrijkste opbrengsten van het emancipatiebeleid van de  afgelopen kabinetsperiode (2013-2017) zijn. Een van de speerpunten van dit beleid is het bevorderen van de sociale acceptatie en veiligheid van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele mannen en vrouwen, transgender en intersekse personen (LHBTI’s). Uit onderzoek blijk dat er in de afgelopen jaren vooruitgang is geboekt. Sociale acceptatie van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen en biseksuele mannen en vrouwen scoorden met 93% van de bevolking een ‘all time high’. Over transgenders denkt 90% ‘neutraal’ of ‘positief’. Eenzelfde positieve score geldt ook voor hoe LHBT’s die sociale acceptatie zélf ervaren.Ook jongeren en scholieren zijn de afgelopen jaren wat positiever gaan denken over homoseksuele, lesbische, biseksuele en transgender leeftijdgenoten en blijken beter om te gaan met (seksuele) diversiteit.

De sociale leefsituatie van heteroseksuele burgers en LHB-burgers verschilt nauwelijks van elkaar, concludeert de minister. Subjectief gezien geven LHB’s zichzelf echter wel een lager rapportcijfer voor tevredenheid met hun leven. Op het gebied van veiligheid zijn de afgelopen periode onveiligheidsgevoelens onder LHB’s licht afgenomen, hoewel LHB’s (nog steeds) meer problemen ervaren in de openbare ruimte dan heteroseksuelen. Uit Europees onderzoek rapporteert slechts 5% van de LHBT’s in ons land hand-in-hand-met elkaar te lopen. Daarom heeft de minister de afgelopen jaren onder meer ingezet op meer samenwerking tussen landelijke organisaties bij de verdere agendering, bewustwordingsactiviteiten van de allianties in het onderwijs, veilige wijken en in de sport en rond ouderen(zorg), dit laatste in samenwerking met mijn collega’s van VWS.

De sociale acceptatie van LHBTI’s heeft een plek gekregen op de publieke en politieke agenda. Vruchten van beleid worden zichtbaar, op wetgevingsterrein en in de praktijk en vertalen zich ook in een positievere houding en opvattingen van het publiek. Qua wettelijke bescherming en juridische gelijke behandeling op grond van seksuele oriëntatie, gender identiteit en geslachtskenmerken is er in de afgelopen kabinetsperiode veel gebeurd. Zo heeft het kabinet met een aantal wetswijzigingen uitvoering gegeven aan het regeerakkoord Bruggen Slaan en heeft de Kamer een aantal wetgevingsinitiatieven genomen die een verdere gelijke behandeling op dit terrein beogen. Voorbeelden zijn de wet Lesbisch Ouderschap, de afschaffing van de Enkele-feitconstructie, Gewetensbezwaren ambtenaren van de burgerlijke stand en de opneming van genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken in de Alegemene Wet Gelijke Behandeling.

De brief aan de Tweede Kamer is hier te lezen.

LHBT-discriminatie in Flevoland vindt vooral plaats in de woonomgeving

Onderzoek naar discriminatie van LHBT's in Flevoland

 

Discriminatie van LHBT's in Flevoland vind vooral plaats in de woonomgeving. Dat blijkt uit onderzoek dat het Bureau Gelijke behandeling Flevoland heeft gedaan naar de meldingen over discriminatie  op grond van seksuele gerichtheid in Flevoland. Zowel de meldingen tussen 2011 en 2015 bij de politie, als die bij Bureau Gelijke Behandeling zelf zijn grondig bekeken. De meeste meldingen komen uit Almere, gevolgd door Lelystad.  Van de 146 meldingen komen er 87 van LHBT’s zelf. De overige registraties laten zien dat politieagenten en andere personen met een publieke taak ook vaak uitgescholden worden met aan ‘homo’ verwante begrippen.

Vijandige bejegening, waaronder uitschelden, pesten en bekladding, wordt het meest gemeld. Na vijandige bejegening volgen bedreiging, mishandeling en overige gewelddadige uitingen. De meeste incidenten vinden plaats op de arbeidsmarkt. Dit terrein is namelijk van toepassing bij het uitschelden van hulpverleners. De meeste LHBT’s zelf maken melding van incidenten in hun eigen buurt of wijk, gevolgd door de openbare ruimte. Het valt op dat discriminatie in een burenconflict vaak te laat onderkend wordt, terwijl er bij een vroege signalering zoveel eerder gewerkt kan worden aan een oplossing.Er zijn incidenten bekend waarbij de klachtbehandelaars van Bureau Gelijke behandeling Flevoland uit nieuwsberichten achterhalen dat er zich ergens discriminatie voordoet (of wordt ervaren) in de woonomgeving, en vervolgens zelf contact zoeken met de betrokken partijen. Hier is ruimte voor verbetering, dan wel in de signalering, dan wel in de samenwerking.

De LHBT’s in Flevoland die een melding doen zijn overwegend mannen van Nederlandse herkomst, meer dan de helft van hen is ouder dan 46 jaar. LHBT-vluchtelingen zijn een extra bron van zorg. De meldingsbereidheid onder hen is laag, waarschijnlijk uit angst voor consequenties bij de asielprocedure of onvoldoende vertrouwen in instanties. De verdachten van discriminatie van LHBT’s zijn overwegend mannen, in meerderheid van Nederlandse herkomst. In verhouding tot landelijke onderzoeken wordt er in Flevoland weinig melding gemaakt van discriminatie door groepen, het gaat vaker om individuen. Gemiddeld zijn de verdachten bij de LHBT-meldingen 32 jaar oud, bij de scheldpartijen tegen politie en hulpverleners zijn de verdachten jonger, namelijk gemiddeld 25 jaar.

Bij de vervolging door het OM valt op dat het discriminatoire aspect nauwelijks wordt meegewogen. Dit is zorgelijk omdat voor slachtoffers juist de erkenning van dat aspect van groot belang is.

Het rapport kun u hier downloaden.

Leefbaarheid buurt wordt iets positiever beoordeeld

Negende editie Veiligheidsmonitor

Het afgelopen jaar beoordelen Nederlanders de leefbaarheid van hun buurt iets dan in voorgaande jaren. Ook de veiligheidsbeleving is verbeterd, zowel in de eigen woonomgeving als in het algemeen. Dat blijkt uit de negende editie van de Veiligheidsmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek die op 1 maart 2016 uitkwam. Deze editie is uitgevoerd in de periode begin augustus tot eind november 2016 onder een steekproef van alle in Nederland wonende personen van 15 jaar en ouder.

De veiligheidsmonitor brengt de objectieve en subjectieve veiligheid van Nederlanders in kaart. Hoe ervaren Nederlanders de leefbaarheid van hun woonomgeving? Voelen zij zich er veilig? Hoe vaak zijn ze slachtoffer van criminaliteit en wat vinden ze van het functioneren van de politie? In de vorige editie werd ook nagegaan of er verschillen waren qua onveligheidsgevoelens tussen homoseksuele mannen, heteroseksuele mannen, lesbische vrouwen en heteroseksuele vrouwen. In deze editie is dit niet het geval.

Het rapportcijfer dat Nederlanders voor de leefbaarheid van hun  buurt geven bedraagt een 7,5. Dit is iets hoger dan in voorgaande jaren. De sociale overlast en de verkeersoverlast die Nederlanders in hun buurt ervaren is tussen 2015 en 2016 niet veranderd. De ervaren fysieke verloedering is iets afgenomen. In totaliteit is de ervaren buurtoverlast in het afgelopen jaar gelijk gebleven.In vergelijking met 2012 is de buurtoverlast over de hele linie gedaald.

Ook de sociale cohesie in de eigen woonbuurt is in de Veiligheidsmonitor door middel van stellingen onderzocht. In 2016 ervaart 70 procent het als prettig hoe mensen in de buurt met elkaar omgaan. Een vergelijkbaar deel is tevreden over de bevolkingssamenstelling in de eigen buurt (68 procent). De stelling ‘Ik voel me thuis bij de mensen die in deze buurt wonen’ wordt door zes op de tien Nederlanders (60 procent) onderschreven.

In meer verstedelijkte gebieden ervaren inwoners duidelijk meer buurtoverlast dan in minder verstedelijkte gebieden. In 2016 geeft in zeer sterk stedelijke gebieden meer dan de helft van de inwoners (51 procent) aan veel overlast van een of meer van de 13 genoemde overlastvormen te ervaren, tegen een derde (33 procent) van de inwoners in niet-stedelijke gebieden. In 2016 is het aandeel inwoners dat veel overlast in de buurt ervaart hoger dan gemiddeld in de regionale eenheden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Limburg. Minder dan landelijk gemiddeld wordt buurtoverlast ervaren in Noord-Nederland, Oost-Nederland en Oost-Brabant

U kunt de veiligheidsmonitor hier downloaden.

Onderzoek naar discriminatie van lhb’s in West-Brabant en Zeeland

Veel incidenten in de woonomgeving

In mei 2016 publiceerden de antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) RADAR en ADB Zeeland, in samenwerking met de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, het rapport Discriminatie in Zeeland-West-Brabant 2015. Een van de belangrijkste bevindingen in dat rapport is dat er opvallend veel politieregistraties zijn waarbij ‘seksuele gerichtheid’ als discriminatiegrond is aangevinkt. Het aantal registraties in die categorie is gestegen van 136 in 2014 naar 320 in 2015. In de andere negen politie-eenheden is deze sterke stijging niet zichtbaar en is het aantal registraties met deze grond veel kleiner. De vraag wat dit betekent, kon op basis van de beschikbare informatie niet goed worden beantwoord. Daarom hebben de gemeente Tilburg en de gemeente Breda opdracht gegeven aan RADAR om, in samenwerking met de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, nader onderzoek te doen. 

Uit een nadere analyse van een selectie van de registraties met de grond seksuele gerichtheid blijkt dat een groot deel van de incidenten zich voor te doen in de directe woonomgeving van slachtoffers. Dat geldt zowel voor Zeeland als West-Brabant. Daarbij gaat het in een groot deel van de gevallen (16) om (vaak langdurige) burenruzies. Daarnaast bevinden zich in deze categorie vooral incidenten tussen familieleden of (ex)geliefden of gaat het mensen die worden belaagd of uitgescholden door buurtgenoten of groepen jongeren. Bij sommige incidenten lijkt de aanleiding niet direct te maken te hebben met de seksuele gerichtheid van het slachtoffer, maar is onenigheid tussen buren over bijvoorbeeld geluidsoverlast of een erfafscheiding op enig moment is geëscaleerd en is er toen homovijandigheid in het spel gekomen. Overigens, bij het merendeel van de bestudeerde incidenten is niet bekend of het slachtoffer daadwerkelijk (of vermeend) lesbisch, homo- of biseksueel was

Het is niet duidelijk wat de oorzaak is van de toename van geregistreerde incidenten met de grond seksuele gerichtheid. Vertegenwoordigers van enkele geïnterviewde LHB-gerelateerde organisaties vinden het aannemelijk dat de versterkte inzet van de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant op discriminatie-incidenten en Roze in Blauw hierin een rol speelt, omdat zij zien dat dit bij lhb’s tot meer vertrouwen in de politie leidt. Interviews geven wel aan dat de mogelijkheid om discriminatie tegen LHB’s bij politie of antidiscriminatievoorziening te melden nog niet breed genoeg bekend is in de LHB-gemeenschap. 

Download hier het volledige rapport "Discriminatie van LHB’s in Zeeland-West-Brabant".

Wetsvoorstel verbod transgenderdiscriminatie

Voorstel wijzigt Algemene Wet Gelijke Behandeling

Een wetsvoorstel om discriminatie van transgenderpersonen en interseksepersonen expliciet in de Nederlandse wetgeving op te nemen is op 16 januari 2017 gepubliceerd. Het gaat om een initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamer-leden Bergkamp, Yücel en Van Tongeren tot wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling ter nadere invulling van het verbod om ongeoorloofd onderscheid te maken op grond van geslacht. Dit wetsvoorstel beoogt de wettelijke bescherming tegen het ongeoorloofd onderscheid maken op grond van geslacht, die voortvloeit uit de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb), nader uit te werken en te expliciteren. Daarmee worden mogelijke interpretatieverschillen over de toepasselijkheid van de Awgb weggenomen.

Het wetsvoorstel wil benadrukken dat de Awgb van toepassing is op het volledige spectrum aan variaties van de discriminatiegrond geslacht, en wil zo duidelijk maken dat de Awgb eveneens bescherming biedt tegen het ongeoorloofd onderscheid maken op grond van een ieders geslachtskenmerken, genderidentiteit  en genderexpressie. Kern van het wetsvoorstel is de wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling door aan artikel 1 van deze wet het volgende lid toe tevoegen: "Onder onderscheid op grond van geslacht wordt mede verstaan onderscheid op grond van geslachtskenmerken, genderidentiteit en genderexpressie."

Zo  kan er geen misverstand meer bestaan over dat transgenderpersonen en interseksepersonen tegen discriminatie beschermd worden. Ook mensen die zich niet als man of vrouw identificeren, zoals gender non-binairen, worden op die manier beschermd.  ‘Geslachtskenmerken’ verduidelijkt dat mensen met een intersekseconditie beschermd worden. ‘Genderidentiteit’ (wat je je van binnen voelt) en ‘genderexpressie’ (hoe je je aan de buitenwereld toont) verduidelijken dat transpersonen en mensen die zich niet thuis voelen in het standaard man-vrouw plaatje beschermd worden.

Tijdens het een Verkiezingsdebat dat het COC op 3 februari 2017 organiseerde in de Rode Hoed bleek dat de de VVD, PvdA, D66, CDA, GroenLinks, Partij voor de Dieren, SP en 50Plus een expliciet wettelijk verbod op discriminatie van transgenderpersonen en interseksepersonen steunen.

Het wetsvoorstel kunt hier lezen.

De memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel kunt u hier downloaden.