Nummer 21, Juni 2017
Natuurlijk Samen op Roze Zaterdag

Regenbooggemeenten willen LHBTI-beleid voortzetten

Natuurlijk Samen was aanwezig op Roze Zaterdag die op 24 juni jl. plaatsvond in ’s-Hertogenbosch. Roze Zaterdag is onderdeel van het Roze Jaar 2017 zoals dat wordt georganiseerd door de gemeenten ‘s-Hertogenbosch en Oss en de regio Noordoost-Brabant. Er kwamen ongeveer 15.000 bezoekers. In de binnenstad van ’s-Hertogenbosch was er een programma vol entertainment, bezinning, cultuur, activisme, optredens, toespraken en feesten. Natuurlijk Samen was aanwezig met een stand samen met het regionale antidiscriminatievoorziening RADAR. Daar trok de act van Rob Stoop medewerker van RADAR veel aandacht. Gehuld in een regenboogpij verbond hij als ambtenaar van de 'niet-zo-burgerlijke stand' stellen van alle pluimage in de echt. Tijdens Roze Zaterdag kondigden de 45 Regenbooggemeenten aan dat zij willen doorgaan met het beleid dat is gericht op de sociale acceptatie, emancipatie en veiligheid van LHBTI’s.

Dat staat in de verklaring ‘Van Regenboog naar Horizon’ die tijdens Roze Zaterdag in het gemeentehuis van Den Bosch werd gepresenteerd. In deze verklaring staat beschreven hoe de Regenboogsteden de komende jaren met het LHBTI-beleid verder willen gaan. ‘Door nog beter samen te werken, bijvoorbeeld met scholen, sport verenigingen en jongerenwerk. En door de projecten die zijn ontwikkeld tijdens het regenboogprogramma om te zetten naar een structurele aanpak.’ Daarnaast willen de Regenboogsteden meer rekening houden met dit thema bij het andere beleid dat ze zelf maken zoals jeugd- onderwijs- of sportbeleid. De Regenboogsteden geven aan goede ervaringen te hebben opgedaan en zijn positief over de ondersteuning door MOVISIE en de samenwerking met plaatselijke COC's en de lokale LHBTI-beweging. Ze zien vooral de noodzaak van het voortzetten van het beleid. De Regenbooggemeenten krijgen voor het uitvoeren van het LHBTI-beleid subsidie van het Rijk.

Tot de 45 Regenboogboogsteden behoren naast Oss en ’s-Hertogenbosch, Alkmaar, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Assen, Breda, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Deventer, Diemen, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Goes, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo, Hoorn, Leeuwarden, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Lelystad, Maastricht, Middelburg, Nijmegen, Oldambt, Purmerend, Roermond, Rotterdam, Schiedam, Sittard-Geleen, Sneek/Sud West Fryslan, Tilburg, Utrecht, Venlo, Weert, Westland, Zaandam, Zoetermeer en Zwolle.

Lees hier meer over de verklaring ‘Van Regenboog naar Horizon’  op de website van het COC..

Lees hier meer over stand van Natuurlijk Samen en RADAR op de site van het Brabants Dagblad.

Politie registreert vorig jaar 1295 discriminatie-incidenten op grond van seksuele gerichtheid

Rapport over meldingen over discriminatie

Bijna een derde van alle discriminatie-incidenten die de politie in 2016 heeft geregistreerd betreft discriminatie op grond van seksuele gerichtheid. Het gaat om in totaal 2.950 incidenten. De antidiscriminatievoorzieningen hebben in 2016 380 meldingen over discriminatie op grond van seksuele gerichtheid geregistreerd. Dat is 8% van alle meldingen van de antidiscriminatievoorzieningen in dat jaar. Dat blijkt uit de tweede editie van het landelijke rapport over discriminatie, waarin de cijfers van de politie en de antidiscriminatievoorzieningen (ADV's) samen worden gepresenteerd. Het rapport "Discriminatiecijfers in 2016" wordt uitgegeven door Art.1, kenniscentrum discriminatie Nederland en de Nationale Politie.

In vergelijking met 2015 heeft de politie in 2016 18% minder discriminatiemeldingen geregistreerd op grond van seksuele gerichtheid. Bij de antidiscriminatievoorzieningen is ten opzichte van 2015 het aantal meldingen over discriminatie op grond van seksuele gerichtheid verdubbeld. De toename is bijna in zijn geheel toe te schrijven aan meldingen over de uitingen van de oprichter van de politieke partij Vrije Democratische Partij (VDP) en over een antihomoflyer die in een Amsterdamse buurt huis aan huis werd verspreid. Melders beklaagden zich over berichten die deze partij via Facebook, Twitter en flyers verspreidde. Niet alleen over discriminerende uitingen aan het adres van homoseksuelen, maar ook over antisemitische uitlatingen. Het Bureau Discriminatiezaken Zaanstreek/Waterland heeft ruim 60 meldingen hierover ontvangen en heeft hiervan aangifte gedaan bij de politie. In Amsterdam heeft een antihomoflyer verspreid in brievenbussen tot verschillende meldingen bij de ADV en aangiften bij de politie geleid.

Bij een groot deel van de door de politie geregistreerde incidenten gaat het om incidenten waarbij mensen die vanwege hun (vermeende) seksuele gerichtheid zijn lastiggevallen, uitgescholden of mishandeld. Bijvoorbeeld in het geval van twee mannen die hand in hand liepen en door een groepje voorbijgangers werden aangevallen. Of in het geval van een homostel dat stelselmatig door de buurman werd uitgescholden. Daarnaast zijn er incidenten waarbij er eerder sprake leek te zijn van gebruik van het woord ‘homo’ als algemeen scheldwoord. Zo is bij de politie een registratie binnengekomen van iemand die na een ruzie in het verkeer van zijn brommer werd geslagen en daarbij voor ‘homo’ werd uitgescholden. Op dit moment geven de registraties geen inzicht in hoe vaak het om ‘algemeen schelden’ gaat.   Het gros van de discriminatie-incidenten dat in 2016 door de politie is geregistreerd, speelt zich af op de openbare weg (2.023) of in de directe woonomgeving van de gedupeerde (1.052). Onder directe woonomgeving worden zowel incidenten tussen buren verstaan, als incidenten die zich meer ‘binnenshuis’ afspelen, bijvoorbeeld tussen familieleden of ex-geliefden. Uit de analyse van de registraties blijkt dat zich in de directe woonomgeving verhoudingsgewijs meer incidenten met de discriminatiegrond seksuele gerichtheid voordoen.

In 2015 was het vooral de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant die eruit sprong vanwege een hoog aantal registraties op grond van seksuele gerichtheid bij de politie. Maar liefst 51% van de registraties in deze politie-eenheid ging in 2015 over seksuele gerichtheid, meer dan 300 in absolute aantallen. Naar aanleiding hiervan is nader onderzoek verricht naar de aard van deze discriminatie-incidenten. Uit nader onderzoek bleek onder andere dat veel van de incidenten zich voordeden in de directe woonomgeving van de gedupeerde. Bij iets minder dan een op de vijf incidenten was de gedupeerde homo- of biseksueel of werd daar door de dader voor aangezien. De opmerkelijke piek van het aantal incidenten op deze grond in Zeeland-West-Brabant herhaalt zich niet in 2016. Integendeel: in 2016 zijn er in deze politie-eenheid 92 registraties van incidenten waarbij mogelijk sprake was van discriminatie op grond van seksuele gerichtheid. Daarmee zijn het er zelfs minder dan in 2014, toen er 136 van dit soort incidenten binnen deze politie-eenheid werden geregistreerd. Een verklaring voor de daling is niet voorhanden

Het rapport kun u hier downloaden.

Hoge sociale acceptatie van LHBT's in Oss

Nog wel veel moeite met zichtbare LHBT-uitingen

Een forse meerderheid van de bewoners van Oss heeft geen moeite met een homoseksueel of lesbisch stel als buren (89%). Toch hebben veel Ossenaren nog wel moeite hebben met de zichtbare uitingen van homoseksualiteit. Vooral als het om twee mannen gaat. Een kwart vindt twee mannen die in het openbaar zoenen aanstootgevend. Als een man en een vrouw zoenen, vindt 19 procent dat aanstootgevend. Een op 7 inwoners geeft aan meer moeite te hebben met twee mannen die hand in hand lopen dan wanneer ze een man en een vrouw hand in hand zien lopen. LHBT's passen hun gedrag in het openbaar aan. Vooral homoseksuele mannen. Dat blijkt uit een onderzoek naar het sociaal leefklimaat voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders (LHBT's) in de gemeente Oss dat in mei 2017 is uitgekomen. Gemeente Oss in Noord-Brabant is sinds 2011 een regenbooggemeente. Dat betekent dat Oss zich sterk maakt voor de sociale acceptatie en veiligheid van LHBT’s. Dit onderzoek brengt de sociale acceptatie en veiligheid van LHBT’s in Oss in kaart. het onderzoek is uitgevoerd door middel van een vragenlijst onder een steekproef van de bevolking van Oss en door middel van interviews met LHBT's die in Os wonen. LHBT's die voor het onderzoek werden geïnterviewd.

In Oss heeft 82 procent van de inwoners een (zeer) positieve houding tegenover homoseksuelen en lesbiennes. Daarmee is de houding van inwoners een stuk positiever dan onder de Nederlandse bevolking. In Nederland staat 70 procent (zeer) positief tegenover homoseksuelen en lesbiennes. Net als onder de Nederlandse bevolking vinden mensen in Oss twee zoenende mannen vaker aanstootgevend ten opzichte van een heterokoppel. Opvallend is wel dat in Oss mensen een man en een vrouw, die in het openbaar zoenen, aanstootgevender vinden dan Nederland. Het is mogelijk dat mensen in Oss met intimiteit in de publieke ruimte sowieso terughoudender zijn.

Bijna 1 op 8 inwoners van Oss ziet biseksualiteit niet als een op zichzelf staande seksuele oriëntatie. Zij denken dat biseksuelen er nog niet uit zijn wat hun seksuele voorkeur is. Biseksuelen zelf geven aan dat het zeker geen fase is. Inwoners reageren relatief negatiever op mannen die zich gender non-conform gedragen of uiten dan op vrouwen die dat doen. Ze voelen zich minder op hun gemak bij mannen die er vrouwelijk uitzien dan vrouwen die er mannelijk uitzien. Ook denken inwoners dat mannen die zich vrouwelijk gedragen vaker om problemen vragen dan vrouwen die zich mannelijk gedragen. Uit de interviews blijk dat LHBT’s in Oss hun gedrag in het openbaar aanpassen. Vooral homoseksuele mannen. Jongere generaties doen dit minder dan oudere generaties. Het aanpassen van het gedrag is als een tweede natuur voor veel LHBT’s. Ze willen niet provoceren. Ze willen negatieve reacties voorkomen.

Het onderzoek doet ook diverse aanbevelingen voor de gemeente. De eerste aanbeveling is om seksuele diversiteit en diverse genderidentiteiten meer zichtbaar te maken. Om een echte vrije en veilige samenleving te realiseren, moeten LHBT’s zich in het openbaar kunnen uiten en tonen zoals zij dat willen. Gewoon hand in hand lopen, elkaar een kus of knuffel geven. Daaraan moet vanuit beide kanten aan worden gewerkt. Visuele media, waaronder film, kunnen daarbij helpen. Voorlichting moet niet alleen zijn praten over LHBT’s, maar dit ook zichtbaar maken. Hierbij moet vooral stereotiepe beeldvorming worden doorbreken. De meerderheid van LHBT’s leven een gewoon burgerlijk leven.  In de voorlichting over homoseksualiteit zou meer aandacht moeten komen voor biseksualiteit en transseksualiteit. Voorts moeten traditionele genderexpressies worden doorbroken.

Tot slot wordt erop gewezen dat er bij LHBT’s in Oss behoefte bestaat aan contact en ontmoeting met gelijkgestemden. Een veilige plek waar ze echt zichzelf kunnen zijn. Waar ze ervaringen kunnen delen en elkaar kunnen ontmoeten. De gemeente kan daarin een faciliterende rol spelen. Met name in de opstartfase. Zo’n zelforganisatie zou ook een rol kunnen krijgen bij de organisatie van activiteiten rondom IDAHOT en Coming Out Day. Nu neemt de gemeente nog zelf het initiatief.

Het onderzoek is  hier te lezen.

Nederlander tevredener over politie in de buurt

Grote verschilen tussen regio's

Het functioneren van de politie in de buurt ervaren steeds meer burgers als positief. Ook de waardering voor de beschikbaarheid en zichtbaarheid van de politie is de afgelopen jaren toegenomen. De tevredenheid over de politie is in stedelijke gebieden groter dan in minder stedelijke gebieden. Dat meldt het Centraal Bureau van de Statistiek in een nieuwsbericht gebaseerd op basis van de Veiligheidsmonitor 2016.

Iets meer mensen zijn positief over het functioneren van de politie in de woonbuurt. In 2012 was 25 procent hierover tevreden, in 2016 is dit 27 procent. Verder was 7 procent in 2016 ontevreden, 18 procent was niet tevreden en niet ontevreden. Vijf procent heeft geen antwoord gegeven. Het grootste deel (43 procent) geeft, evenals in voorgaande jaren, aan dit niet te kunnen beoordelen.

Nederlanders zijn over het functioneren van de politie positiever gaan denken tussen 2012 en 2016. Zij vinden vaker dat de politie de burgers in hun buurt beschermt, dat de politie haar best doet en dat de politie reageert op problemen die in de buurt spelen. Meer inwoners hebben het gevoel dat zij serieus worden genomen. Over het contact dat de politie heeft met buurtbewoners en over de efficiëntie van de politieaanpak zijn inwoners minder te spreken. Toch is ook de tevredenheid hierover toegenomen tussen 2012 en 2016. Alleen het percentage dat vindt dat de politie te weinig bekeuringen uitdeelt in de buurt, is niet veranderd.

Het oordeel over de beschikbaarheid van de politie in de eigen woonbuurt heeft zich eveneens gunstig ontwikkeld. In 2012 was 52 procent van de burgers van mening dat je de politie te weinig in de buurt zag, in 2016 is dit nog 47 procent. Het aandeel bewoners dat vindt dat de politie te weinig uit de auto komt, niet snel genoeg komt als je ze roept en te weinig aanspreekbaar is, ligt in 2016 4 procentpunt lager dan in 2012. Ook vinden minder mensen dat de politie te weinig tijd heeft voor allerlei zaken.

In meer verstedelijkte gebieden zijn burgers positiever over het functioneren en de beschikbaarheid van de politie dan in minder verstedelijkte gebieden. In 2016 liep het aandeel dat tevreden is over het functioneren in de buurt uiteen van 17 procent in het politiedistrict Zuid-West-Limburg met Maastricht als centrumplaats, tot 38 procent in district Den Haag Centrum. Ook over de zichtbaarheid van de politie zijn burgers in Den Haag Centrum het meest te spreken: 26 procent van hen is van mening dat je de politie te weinig ziet. In het West-Brabantse district de Markiezaten vindt 60 procent dit..

In de vorige editie (2015) van de veiligheidsmonitor werd ook nagegaan of er verschillen waren qua onveligheidsgevoelens tussen homoseksuele mannen, heteroseksuele mannen, lesbische vrouwen en heteroseksuele vrouwen. In deze editie kwam naar voren dar tussen groepen met een verschillende seksuele geaardheid er nagenoeg geen verschillen wat betreft hun oordeel over het functioneren van de politie. .

U kunt hier het nieuwsbericht van het Centraal Bureau van de Statistiek inzien.

U kunt de veiligheidsmonitor 2016 hier downloaden.

Gendernormen pakken negatief uit voor LHBT's

Onderzoek van Alliantie Genderdiversiteit

Gendernormen pakken negatief uit voor LHBT's blijkt uit literatuuronderzoek uitgevoerd door de Alliantie Genderdiversiteit. Gendernormen zijn sociale normen over hoe mannen, vrouwen, jongens en meisjes zich zouden moeten gedragen. Veel mensen zien deze normen als vanzelfsprekend en staan er weinig bij stil. Maar strikte gendernormen (mede) veroorzaken maatschappelijke problemen, dragen er aan bij of houden ze in stand.

Gendernormen dragen onder meer bij aan een dubbele seksueel moraal en veroorzaken daardoor gezondheidsrisico’s voor mannen zoals middelengebruik. Geweld door mannen kent vaak een duidelijke gendercomponent: jongens en mannen zijn soms gewelddadig tegen meisjes, vrouwen, homo- en biseksuelen en transgenders om hun eigen mannelijkheid te bevestigen. Een voorbeeld zijn vriendengroepen waarin jongens hun mannelijkheid moeten bewijzen door homoseksuelen, biseksuelen en transgenders lastig te vallen of op een agressieve manier meisjes te proberen te versieren.

Slachtoffers van anti-lesbisch geweld vermoeden dat geweld onder meer komt doordat de mannelijke daders lesbische vrouwen seksualiseren en ‘mee willen doen’ en bij afwijzing gewelddadig worden. Dit heeft allerhande consequenties voor de mentale gezondheid van LHBT’s. Bovendien ervaren veel transgenders dagelijks extra belemmeringen in vrijwel alle publieke domeinen. Dit maakt hen dubbel kwetsbaar. Zo hebben transgenders een beduidend slechtere sociaaleconomische positie tegenover de algemene beroepsbevolking, ondanks dat zij hoogopgeleid zijn.

Uit een actieonderzoek uitgevoerd door de Alliantie komt naar voren heersende als begrenzend en belemmerend worden ervaren door de deelnemers. Gendernormen zijn op meerdere manieren complex: ze zijn niet eenduidig voor iedereen, en gelden ook niet in elke setting of situatie. Ze zijn veranderlijk en niet universeel, ook niet in hoe ze worden ervaren. De individuele en persoonlijke strategieën voor verandering die deelnemers aandragen zijn opvallend positief geformuleerd: in plaats van de harde confrontatie, worden veranderstrategieën zoals het spelenderwijs omgaan met gender, of gender oprekken door middel van voorlichting en door in gesprek te gaan met anderen, breed gedragen. Wat opvalt is dat de strategieën die deelnemers benoemen niet alleen te maken hebben met hun persoonlijkheid, maar ook sterk samenhangen met hun (gevoelde) genderidentiteit en expressie en de sociale positie die hen dat geeft. Mensen met een non-conforme of fluïde genderexpressie en transgenders worden vaak geconfronteerd met oordelen en labels van buitenaf, waartoe zij zich moeten verhouden, ook als ze die confrontatie niet zoeken. Oplossingsrichtingen zijn er volop en de genoemde actoren zijn overheid (wettelijke kaders moeten ruimer, vaderschapsverlof, genderneutrale toiletten), onderwijs (lesmateriaal waarin gender en seksuele diversiteit een structurele plek hebben), ouders en gezinnen (ouders moeten leren hoe zij genderneutraal opvoeden en gelijke kansen geven), media (diverser), en changemakers (mensen die die normen willen veranderen voorop laten lopen).

In de Alliantie Genderdiversiteit bundelen elf maatschappelijke organisaties hun krachten rond het thema gender. Dit zijn Movisie, Rutgers, Atria, Emancipator, TNN, COC NL, NNID, Doetank-Peer, Stichting School & Veiligheid, UvA pedagogiek, Nederlands Jeugdinstituut. Het ministerie van OCW ondersteunt het project. De Alliantie Genderdiversiteit wil verandering teweeg brengen door samen te werken bij het agenderen van de problematiek, door onderzoek en door inzet op transformatie. Het streven van alliantie  is een samenleving met meer flexibiliteit en meer diversiteit in gender. De Alliantie Genderdiversiteit komt eind 2017 met een 10-punten agenda: concrete acties om dit doel te bereiken.

Het literatuuronderzoek over gendernormen is hier te downloaden. Het actieonderzoek is hier te downloaden.

Voor meer informatie over de Alliantie Genderdiversiteit is hier de Facebook-pagina Genderdiversiteit, of is hier het document "Alliantie Genderdiversiteit: doe je mee?".

Meldingen transgender discriminatie 2016

Rapportage Transgender Netwerk Nederland

In 2016 zijn er in totaal 50 verschillende gevallen van discriminatie op grond van genderidentiteit en genderexpressie geregistreerd. Het gaat om gevallen discriminatie die werden geregistreerd door Transgender Netwerk Nederland, door alle antidiscriminatievoorzieningen in Nederland en door het meldpunt internet discriminatie. Discriminatie op grond van genderidentiteit en genderexpressie treft met name transgenderpersonen. Zij worden helaas nog vaak anders behandeld, uitgesloten of vijandig bejegend omdat hun genderidentiteit en/of genderexpressie niet overeenkomt met hun geboortegeslacht.

n vergelijking met de onderzoekscijfers over ervaren discriminatie onder transgenderpersonen in Nederland is het aantal meldingen transgender discriminatie opvallend laag: er zijn maar 50 voorvallen geregistreerd door alle meldpunten in Nederland. Dat aantal zou veel hoger moeten zijn. Uit onderzoek naar ervaren veiligheid onder transgenderpersonen blijkt dat, net als de rest van de bevolking , transgenderpersonen menen dat melden van discriminatie  weinig zin heeft.

Van de 50 gemelde voorvallen ging het 24 keer om omstreden behandeling en 26 keer om vijandige bejegening. Bij vijandige bejegening werden transgenderpersonen uitgescholden, bespuugden of nageroepen op straat of in de eigen wijk, en  beledigd of  gepest door kennissen, buren en collega’s

Van de 50 meldingen hadden er 7 betrekking op  discriminatie in de buurt en wijk. Daarbij ging het om vijandige bejegening dat soms uitmondde  in een handgemeen en het vernielen van elkaars spullen.

De rapportage van Transgender Netwerk Nederland kunt u hier downloaden.

Geweldsincidenten tegen LHBT's veroorzaken commotie

De afgelopen maanden haalden enkele ernstige voorvallen van geweld tegen LHBT's in de media. Zo was er het voorval in Arnhem in het eerste weekend van april waar een homostel afgetuigd werd door een groep jongeren in Arnhem, toen ze na een avond stappen naar huis liepen.  In Rotterdam werd dinsdag 30 mei een lesbisch stel aangevallen door een groep jongeren. In Amsterdam werden in de nacht van zaterdag op zondag 18 juni 2017 twee homomannen zwaar mishandeld door een groepje van vier mannen. 

Het was vooral het voorval in Arnhem dat voor veel ophef zorgde.  Minister Blok van Veiligheid en Justitie stuurde vlak na het incident een brief aan de Tweede Kamer met achtergrondinformatie over het incident. Op woensdag 5 april in Amsterdam en op zaterdag 8 april in Arnhem, Den Haag en Eindhoven werden manifestaties georganiseerd als protest tegen het ant-LHBTI-geweld en als teken van solidariteit met de slachtoffers. Op de manifestatie in Arnhem getiteld 'Hand in had voor diversiteit'  waren zo’n tweeduizend mensen aanwezig. Daar hield COC-voorzitter een speech met als boodschap dat uiteindelijk de liefde wint en de haat verliest. Op het podium sprak ook Barbara Barend, die na het incident had opgeroepen aan mannen  om hand in hand op de foto te gaan.

Naar aanleiding van deze incidenten heeft Movisie in een artikel een aantal feiten op rij gezet over geweld tegen homo’s, lesbische vrouwen, biseksuelen en transgenders in Nederland. Zo kan er uit de recente voorvallen niet de conclusie worden getrokken dat geweld tegen LHBT's toeneemt. Cijfers van de politie bieden nemen namelijk geen houvast om te oordelen of geweld tegen LHBT's toeneemt of afneemt.  Wel nemen gevoelens van onveiligheid toe: in een onderzoek van het  Sociaal en Cultureel Planbureau uit 2012 wordt gemeld dat 21% van de homo- en biseksuele mannen en 13% van de lesbische en bi-vrouwen het gevoel heeft dat het onveiliger is geworden. Uit andere rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat de acceptatie van LHBT's onder de Nederlandse bevolking in de afgelopen decennia is toegenomen. En de meeste de meeste incidenten van geweld tegen LHBT's komen niet in de media. Soms gebeurt dit om een justitiële vervolging van de daders niet te belemmeren. En veel slachtoffers willen zelf niet dat het in de media komt.

Over de manifestatie kunt u hier op de website van COC Nederland meer lezen.

Het artikel van Movisie kunt u hier vinden.

De brief van minister Blok is hier te vinden.